Uit
EVANGELISATIE EN INTEGRATIE
door Jaap Huisman, mentor van evangelist Sylvador:
"... In deze bijdrage wordt verteld over het evangelisatiewerk van Sylvador Ali Abdelrahman en over de uitdagingen rondom de integratie van nieuwe, door evangelisatie toegetreden leden van de kerkgemeenschap.
...
Sylvador onderscheidt in het evangelisatiewerk twee delen: Gods werk dat onzichtbaar is en het zichtbare werk van mensen. Hij gebruikt de gelijkenis van Lazarus om dit duidelijk te maken. Lazarus is dood en zijn lichaam stinkt reeds, maar de mensen krijgen toch de opdracht de steen weg te nemen en de doeken af te doen. God brengt Lazarus tot leven, hoe God dat doet is voor ons niet zichtbaar. Zo krijgen wij de opdracht de steen van iemands hart weg te nemen. Door het brengen van het evangelie, het uitleggen van de Bijbel, schakelt God ons in om zijn werk te volbrengen. God doet het werk en wij zijn slechts slaven die hem dienen.
Het evangelisatiewerk van Sylvador onder moslims is te onderscheiden in duidelijke fasen. De eerste fase betreft het leggen van contacten en het scheppen van een vertrouwensband. Het is belangrijk elkaar eerst te leren kennen en een vriendschappelijke band te ontwikkelen. Zijn naam Sylvador Ali Abdelrahman speelt daarbij vaak een rol: Sylvador is de naam die hij bij zijn doop heeft gekregen, terwijl Ali Abdelrahman een islamitische naam is. Deze combinatie wekt de nieuwsgierigheid: hoe kan het dat een man deze beide namen draagt?
In de tweede fase wordt gezamenlijk de Koran bestudeerd. Sylvador acht het van groot belang met dit boek te beginnen: het versterkt in deze fase het vertrouwen en het vormt de basis voor de gesprekken die daarna zullen volgen. De Koran bevat grotere gedeelten van het Oude Testament, terwijl ook de naam van de Here Jezus Christus meerdere malen wordt genoemd. Dan wordt langzamerhand de overgang naar de Bijbel gemaakt. Hierbij wordt duidelijk gemaakt dat het Nieuwe Testament, dat moslims niet kennen, de vervulling is van het Oude. Er bestaat een lijst van teksten die deze vervulling duidelijk maken.
Sylvador heeft zelf bij zijn bekering moeite gehad met het feit dat de kruisdood van onze Heiland niet in het Oude Testament wordt genoemd. Hij heeft geen hulp kunnen ontvangen bij de oplossing van dit vraagstuk, totdat de Here zelf hem wees op Psalm 85: 11 en 12. Deze tekst is nog steeds van groot belang in deze fase.
De bestudering van het Nieuwe Testament begint bij het evangelie van Johannes. Dit bijbelboek speelt zowel bij zijn eigen bekering, als bij zijn huidige evangelisatiewerk een belangrijke rol. Islamieten kunnen en willen niet begrijpen dat God drie-enig is en dat de Zoon van God, schepper van hemel en aarde, gestorven is aan een kruis voor onze zonden. Aan de hand van het evangelie van Johannes wordt deze blijde boodschap duidelijk gemaakt.
Deze gesprekken zijn meestal onder vier ogen en kunnen uren duren, vaak tot diep in de nacht. In de Arabische cultuur heeft men de tijd (in de westerse cultuur heeft men de klok). Op deze wijze wordt al studerend in het Oude en Nieuwe Testament toegewerkt naar een keuze voor de Here Jezus Christus, onze middelaar. De vergeving van zonden en de liefde en barmhartigheid van onze God, die in Christus geopenbaard zijn, vormen nieuwe en heerlijke begrippen voor de islamiet en zijn eigenlijk een tegenstelling tot de inhoud van zijn vroegere geloof.
In de volgende fase wordt begonnen met een eenvoudige vorm van catechetisch onderwijs: er wordt verteld over de sacramenten, doop en avondmaal, verder over de schepping en de tien geboden en men leert over het bidden en het Onze Vader. Ook de apostolische geloofsbelijdenis komt aan de orde.
Als het moment gekomen is dat iemand uiteindelijk kiest voor de Here Jezus, dan kan de doop niet lang uitblijven. In overleg met de kerkenraad wordt getoetst of het geloof in Christus beleden wordt en of bepaalde basiskennis uit het catechetisch onderwijs aanwezig is en daarna wordt het tijdstip van de doop bepaald. Het gevaar hierbij is dat het overleg van de kerkenraad langere tijd neemt, iets wat niet altijd begrepen wordt en soms wordt uitgelegd alsof men toch niet welkom zou zijn. Maar nu de betrokken kerkenraden enige ervaring met dit soort vraagstukken hebben nemen ze voortvarend beslissingen. ..."